De Kanaalzone: de sociale roltrap van België

woensdag 10 juli 2013
Terug naar overzicht

De Kanaalzone: de sociale roltrap van België

Alle ogen in Brussel zijn dezer dagen gericht op de kanaalzone. De Franse architect en stedenbouwkundige Alexandre Chemetoff werd aangesteld om een richtplan uit te werken en organiseerde vorige week een brainstorm over het gebied. Deze analyse moet voor Jef Van Damme vertrekken vanuit vaststelling dat de wijken aan het kanaal fungeren als de sociale roltrap van België.  

Voor veel mensen staat de Brusselse kanaalzone niet meteen synoniem voor goed nieuws. We associëren de wijken langs het kanaal in Molenbeek, Laken of Anderlecht met overbevolking, armoede en een gebrek aan openbare ruimte. We denken aan relletjes, onveiligheid en laaggeschoolde jongeren die rondhangen in vuile straten. Dit zijn natuurlijk stereotypen. Want de kanaalwijken zijn ook kleurrijk, zitten vol verborgen pareltjes en enthousiastelingen die leven in de brouwerij brengen, zoals in het nieuwe hotel in de oude Belle-Vue brouwerij. Toch kunnen we niet ontkennen dat de kanaalzone kampt met hardnekkige problemen die verre van opgelost zijn.

Vaak wordt de oorzaak voor wat er fout loopt gezocht bij slecht bestuur. Afhankelijk van het standpunt zijn het ‘rechtse’ politici die bepaalde wijken verwaarlozen, of ‘linkse’ politici die te laks optreden. Ik wil hier graag twee kanttekeningen bij maken omdat de dynamieken achter veel problemen aan het kanaal het lokale niveau overstijgen. Enerzijds is er de geschiedenis van de economische ontwikkeling van Brussel. Anderzijds speelt het weinig zichtbare maar immens belangrijke fenomeen van de sociale mobiliteit.

Vanaf het begin van de industriële revolutie bijna 200 jaar geleden, vormde de kanaalzone steeds het economische hart van Brussel. Inwijkelingen op zoek naar een job of huisvesting kwamen daarom in de wijken langs het kanaal terecht. In de 19e eeuw waren de meesten arme en ongeschoolde Vlaamse boeren op de vlucht voor armoede of honger. Na de tweede wereldoorlog globaliseerde de migratie. De eerste golven kwamen uit Zuid-Europa, gevolgd door Noord-Afrikanen in de jaren zeventig en tachtig. De laatste decennia zien we een mix van zwart-Afrikanen, mensen uit het Midden-Oosten en Oost-Europeanen.

Het is verleidelijk om Molenbeek, Laken en Anderlecht te zien als statische probleemgemeenten die er niet in slagen hun bevolking uit de miserie te helpen. En veel indicatoren duiden inderdaad op sociaal-economische achteruitgang in de laatste 20 jaar. Maar de realiteit is complexer. Want de bevolking van 20 jaar geleden is niet die van vandaag.

Anderlecht en Molenbeek kenden tussen de verkiezingsjaren 2006 en 2012 een bevolkingsgroei van meer dan 10%. Je zou dus verwachten dat het aantal mensen dat in 2012 voor de eerste keer stemde, ook zo’n 10% bedraagt. Maar in realiteit bracht maar liefst een derde van de Molenbekenaren voor de eerste keer zijn stem uit in 2012. Meer dan 30% van de Molenbeekse stemgerechtigde bevolking van 2012 woonde dus in 2006 nog niet in de gemeente. In 6 jaar tijd kwamen er heel wat nieuwe inwoners bij. Maar tegelijk vertrok ook een aanzienlijk deel weg uit de gemeente, vaak naar middenklassewijken in en rond Brussel.

We kunnen bijna stellen dat zo goed als de hele Molenbeekse bevolking elke 20 jaar wordt vervangen. Deze hoge mobiliteit in zeer diverse maar sociaal kwetsbare stadsdelen is één van de karaktertrekken van een ‘stad van aankomst’, zoals Doug Saunders die beschrijft in zijn gelijknamige boek over de wereldwijde verstedelijking. Vandaag leeft al meer dan 50% van de wereldbevolking in steden. De historische centra van Molenbeek, Anderlecht en Laken zijn onze ‘steden van aankomst’, de plekken waar de sociale mobiliteit voor veel mensen begint.

We focussen te veel op het structurele, bijna noodlottige karakter van de problemen aan het kanaal. Te weinig aandacht gaat naar het spectaculair persoonlijk traject en de enorme sociale mobiliteit van de mensen die er (tijdelijk) leven. Doug Saunders zegt daarover: ‘we moeten op een andere manier naar deze wijken kijken: niet als een vast en tijdloos geheel maar wel als een verzameling van menselijke trajecten. Mensen wonen hier niet alleen, ze zijn hier vooral ook op doortocht. Sommige van de meest succesvolle ‘steden van aankomst’, op het vlak van economische integratie en sociale mobiliteit, zijn die wijken waar armoedecijfers constant blijven of zelfs stijgen.’ Arme mensen komen er toe, voeden er hun kinderen op en zoeken er een job. Gaandeweg beklimmen ze de sociale ladder, zetten ze hun persoonlijk traject verder en verhuizen ze naar ‘betere’ middenklassewijken. Molenbeek, Anderlecht en Laken doen dus dienst als de sociale roltrap van Brussel en zelfs van België en vervullen op die manier een essentiële en ook positieve rol in onze maatschappij.

Betekent dit dat lokale politici van al hun verantwoordelijkheden ontheven worden? Natuurlijk niet! Doug Saunders pleit voor een meerlagige politieke aanpak. Politici moeten tegelijk de problemen in de ‘steden van aankomst’ aanpakken, de sociale roltrap draaiende houden en de levenskwaliteit verbeteren.

Kwalitatieve openbare ruimte is cruciaal. Straten en pleinen moeten veilig zijn op elk moment van de dag. Ze moeten proper zijn en minder gedomineerd worden door (auto-)verkeer. Al iets gewaagder is het voorstel van Saunders om alle obstakels voor het openen van kleine handelszaken te elimineren, zoals het afschaffen van de vereiste om een diploma bedrijfsbeheer te behalen. Volgens hem vormen dat onbegrijpelijke hindernissen voor veel immigranten. Nog minder evident is zijn visie over nachtwinkels en phoneshops als belangrijke hubs voor het informele internationale netwerk van veel immigranten en als noodzakelijk voor de sociale roltrapfunctie van deze wijken.

Tenslotte pleit Saunders voor een betere sociale mix. Die moet er komen door een ambitieuze woningpolitiek en door te investeren in onderwijs, in ‘magneetscholen’. Saunders: “De meest succesvolle steden van aankomst in de wereld zijn de wijken waar de bevolking een mix is van jonge koppels die hier geboren zijn, immigranten, artiesten en ondernemers: dit is de beste mix voor een snelle sociale mobiliteit.” Sociale mix en de heropleving van wijken zijn een belangrijke motor voor de noodzakelijke sociale mobiliteit. Ook de bewoners van de Brusselse kanaalwijken hebben nood aan mooie pleinen en nieuwe scholen.

Het is precies in het stimuleren van deze mix in onze ‘steden van aankomst’ dat Brusselse politici een belangrijke rol kunnen spelen. Op die manier kunnen de kanaalwijken in Molenbeek, Anderlecht en Laken zowel succesvolle steden van aankomst blijven en tegelijk aantrekkelijke wijken worden waar iedereen graag woont.

 

Jef Van Damme, Brussels parlementslid en gemeenteraadslid in Sint-Jans-Molenbeek

Deze tekst verscheen als opiniestuk in Brussel Deze Week op 10 juli 2013.