School in de Buurt - Buurt in de school, een succes!

maandag 12 april 2010
Terug naar overzicht

School in de Buurt - Buurt in de school, een succes!

In De Standaard van dit weekend staan een aantal getuigenissen van het project 'School in de Buurt - Buurt in de School', opgestart door Jef Van Damme om opnieuw een gezonde mix in de Molenbeekse scholen te krijgen.

De klas van juffrouw Tonia, Brusselaars van morgen

Na de paasvakantie zullen ze met twintig zijn in de onthaalklas van juffrouw Tonia. Zes spreken er thuis Nederlands. De anderen vooral Arabisch. Of Frans. Die zes, dat zijn pioniers in de volbloed concentratieschool die De Regenboog tot vorig jaar was. Meteen een kansrijke injectie voor de school. En voor Molenbeek. Het Brussel van morgen, door de lens van één klasje. Het verhaal van vijf ouderparen.

Het is zo'n schooltje waar nog nooit om gevochten is. Meer dan plaats genoeg nu eenmaal. Kamperen zou potsierlijk zijn. Een echte concentratieschool was De Regenboog, daar in de beruchte Maritiemwijk in de buik van Molenbeek. ‘Honderd procent allochtoon', knikt directrice Christine Sterckx. ‘Marokkaans vooral.' Dus was het wel schrikken, dat telefoontje vorig jaar van de Brusselse Nederlander Bart Neerscholten. ‘Of hij de school mocht komen bezoeken. Voor zijn zoon. Ik wist niet wat ik hoorde.' Meer nog: Neerscholten zag dat het goed was en besloot de eerste stap te zetten. Wel liever niet alleen. Dus nam hij Facebook in de arm. Hij richtte de groep ‘Samen naar school' op en hoopte zo gelijkgezinden te vinden. Of anders wel andersgezinden te overtuigen. Dat werkte. De gemeente sprong zelfs op de kar met het project School in Zicht, dat infoavonden organiseert voor buurtbewoners in de buurtscholen. Voor dit schooljaar schreef zich zo een zestal Nederlandstaligen in.

Een historisch moment in de geschiedenis van De Regenboog. En het effect was meteen voelbaar. ‘Ongelooflijk hoe snel het algemene niveau van het Nederlands gestegen is', zegt juffrouw Tonia. ‘Zo'n kopgroep trekt het hele peleton mee. Al merk ik dat sommige van de Nederlandstalige kindjes op het hoogtepunt van een spel wel eens op Frans overschakelen. Omdat ze merken dat het zo makkelijker en sneller gaat. Vaak onbewust. Dan is het aan mij om ze weer te doen omschakelen. Nooit vermanend. Laat ze hun twee- of meertaligheid alsjeblieft niet als iets fouts ervaren.'

De school is blij met de ‘inbraak' van hogeropgeleiden uit de middenklasse. Het zijn expats die in internationale instellingen werken, ingeweken Vlamingen, ambtenaren, mensen uit de zorgsector, vrije beroepen. Directrice Christine Sterckx: ‘Ook de andere ouders zijn blij met hun komst. Enkele Marokkaanse moeders zijn het mij al uitdrukkelijk komen vragen. Of die kinderen volgend jaar toch ook weer ingeschreven zijn. Zij voelen ook wel dat die leerlingen het niveau opkrikken. En zo'n instroom van kansrijken geeft altijd zuurstof. Voor ons is het trouwens wennen, ouders die zich actief willen engageren. Niet alleen voor hun eigen kind dan nog. We zijn dat echt niet gewoon. Hoe heerlijk. Wat een dynamiek. Ik hoop dat de ommekeer blijvend is. Kansrijk en kansarm, hand in hand: even eenvoudig als aartsmoeilijk is het. Het is wat deze school nodig heeft. Wat Molenbeek nodig heeft. En Brussel niet minder.'

Guinevere Claeys en Griet Plets

'Hoe meer diversiteit in Molenbeek, hoe beter'

 

 

Khadiya Ezaabouji is van Marokkaanse origine is vrijwilligster in een vrouwencentrum Abdel El Hammouchi is van Marokkaanse origine is bouwvakker Mohammed Reda (5) en Younes (3) zijn hun zoontjes. Younes zit in het klasje van juffrouw Tonia.

 

 

Of ze thee mag schenken, vraagt Khadiya in het Frans. Dat hoeft ze geen twee keer te vragen: een glaasje verse muntthee, wie zou dat weigeren? Terwijl Khadiya inschenkt, komen van achter de zetel twee kinderkopjes tevoorschijn. Een beetje verlegen zijn ze, maar aan de lokroep van de taart op tafel kunnen ze niet weerstaan. 'Oké, neem maar een stuk', zegt hun moeder, 'en ga dan even in de keuken spelen.'

'Sorry voor het appartement', zegt Khadiya verontschuldigend als we in de zetel zitten, 'het is nog niet helemaal af. Mijn man werkt in de bouw en hij is nog volop met de werkzaamheden bezig. We hebben dit gekocht toen we trouwden, nog net betaalbaar was het.'

Of het een bewuste keuze was om in Brussel te wonen? Toch wel, zegt ze. 'Mijn man wou niet uit Brussel weg. Ik had best wat rustiger willen wonen, je moet hier al eens parkeerplaats zoeken. Of de jongens alleen op straat laten, dat doe ik nooit. Maar Brussel heeft ook veel voordelen. Je hoeft nooit te denken: ik ben wat vergeten, er is altijd wel een winkel open. En al die snackbars en restaurants, met eten uit de hele wereld. Als ik geen zin heb om vanavond te koken, dan gaan we gewoon naar de Chinees.'

De deur gaat open en er komt een tienerjongen de woonkomer binnen. 'Mijn jongste broer', zegt Khadiya. 'Ik heb er zeven. Toen ik vijf was, zijn mijn ouders vanuit Marokko naar België gekomen, om te werken. Ze wonen op het einde van de straat. En mijn schoonouders hier beneden.'

Nee, ze hebben zich hier nog nooit onveilig gevoeld, zegt Khadiya. Dat hun gemeente zo'n kwalijke reputatie heeft, vindt ze spijtig. 'Als er in Molenbeek problemen zijn, dan is dat altijd in de buurt van de Ribaucourtstraat. Hier merken we daar zelden iets van, behalve toen tijdens de rellen in september helikopters overvlogen. Maar ik zie natuurlijk wel hoe makkelijk je hier aan drugs kunt geraken, op elke hoek van de straat haast.'

Is ze nooit bang dat haar zoontjes later met die drugs in contact zullen komen? 'Voorlopig kan ik ze nog dicht bij mij houden. En later hoop ik dat ik goed met hen kan praten. Als je met je kinderen kunt praten, als je weet wat hen bezighoudt, dan kun je ook veel voorkomen, denk ik. Maar dat is in Molenbeek vaak het probleem. In plaats van met de relschoppers in dialoog te gaan, gooit de politie olie op het vuur.'

Nochtans gebeuren er in Molenbeek zoveel positieve dingen, vindt Khadiya. Die dingen halen zelden de media. Met vuur vertelt ze over het vrouwenhuis van de gemeente, waar ze als vrijwilligster werkt. 'We organiseren er taallessen voor vrouwen, workshops, allerlei cursussen. Ik volg er momenteel een kookcursus - niets professioneels, hoor: als ik echt wil leren koken, kan ik beter elders gaan. Maar ik ga er voor de gezelligheid, om andere vrouwen te ontmoeten, om over onze ervaringen of problemen te praten. Veel vrouwen hier hebben nood aan een luisterend oor.'

Ook voor de jeugd is er in Molenbeek van alles te doen, zegt Khadiya. 'Er is een cultuurcentrum waar Younes en Mohammed Reda een tijdje geleden dansles hebben gevolgd. Er is een jeugdcentrum voor Marokkaanse jongeren. Er is buurtsportwerking. Genoeg te doen zolang ze jong zijn. Maar de problemen komen als ze ouder zijn en werk moeten zoeken. Werk dat er vaak niet is. Mijn broers hebben geluk: ze zien er met hun blauwe ogen wat westers uit en hebben haast allemaal een job. Maar hoeveel allochtonen botsen niet op een muur: verkeerde huidskleur, verkeerde naam. Als je zoals ik ook nog eens een hoofddoek draagt, mag je het helemaal vergeten.'

Ze begrijpt het niet, die hele heisa rond de hoofddoek. 'Dat een boerka niet mag, daar kan ik inkomen. Maar wat is er mis met een hoofddoek? Ben ik dommer of minder capabel omdat ik une voile draag? Laat de vrouw toch zelf beslissen wat ze wil. Ik draag geen hoofddoek omdat mijn man dat wil, integendeel: hij ziet me liever zonder. Ik draag een hoofddoek omdat ik uitdrukking geef aan mijn geloof. En me daardoor ook zelfverzekerder voel. Ik heb geen zin om slaafs die of die iman te volgen. Ik wil me informeren, veel lezen, zelf een mening vormen. En als ik in de Koran argumenten vind vóór een hoofddoek, waarom zou ik die dan niet dragen?'

Ze staat op, maakt zich druk over zoveel onbegrip. Maar er is beterschap op komst, gelooft ze. Opleiding en educatie: dat is de toekomst. Ze ziet het bij de eerste generatie allochtonen in Brussel: vrouwen van zestig die plots willen leren lezen en schrijven. En ze ziet het bij haar eigen kinderen. 'Younes en Mohammed Reda spreken Frans met mij, Arabisch met hun vader en Nederlands op school. We hebben bewust een Nederlandstalige school voor hen gekozen, ja. Ik vind dat ze tweetalig moeten zijn. Omdat Brussel tweetalig is én omdat ik hoop dat het hun kansen op de arbeidsmarkt zal verhogen.'

Dat er sinds dit jaar ook Nederlandstalige kinderen naar het schooltje gaan, vindt ze een goede zaak. 'Vorig jaar nog dacht ik mijn zoontjes naar een andere school te sturen omdat er geen contact was tussen ouders en directie. Maar ik vond geen alternatief, dus zijn ze op de Regenboog gebleven. Gelukkig is er sinds dit jaar wel een ouderwerking, op initiatief van de Nederlandstalige ouders. Ik vind het belangrijk om als ouders ervaringen uit te wisselen. Younes bijvoorbeeld komt altijd meteen vertellen welke Nederlandse woordjes hij op school heeft geleerd, maar zijn broer sprak lange tijd geen woord Nederlands thuis. Ik maakte me zorgen, tot ik van een andere ouder hoorde dat haar kindje net hetzelfde had. En dat er in de klas geen enkel probleem was.'

Ze hoopt dat de trend zich doorzet en dat de Regenboog nog meer Nederlandstalige kinderen aantrekt. 'Hoe meer diversiteit, hoe beter, denk ik. Een school moet een afspiegeling zijn van de realiteit. En de realiteit is toch dat in Brussel heel veel nationaliteiten wonen? Daarom ook ben ik blij dat steeds meer Vlamingen in Molenbeek komen wonen. Ik merk het in onze straat: vroeger liepen hier alleen inwoners van Arabische origine rond, nu zie ik hier ook geregeld jonge autochtone gezinnen.'

En wat als haar zonen later met zo'n 'Belgisch' meisje naar huis komen? 'Ik denk niet dat ik dat een probleem zou vinden. Familieleden van mij zijn met Belgische vrouwen getrouwd en we hebben ook een Italiaanse in de familie. Die vrouwen moeten soms ook tegen vooroordelen in hún familie opboksen: “een Marokkaanse man, pas maar op dat ze je niet bekeren,, is de reactie dan. Ach, ik hoop vooral dat ze een goed meisje vinden. En dat heeft weinig met afkomst te maken. Een Marokkaanse vrouw is niet per definitie ook een goede vrouw.'

 
'Hier om de hoek, hartje Brussel, is een kinderboerderij'
Ellen (35) groeide op in Ronse Maarten (33) groeide op in Gent Dochter Nora (2,5) wordt het tweede Nederlandstalige meisje in de klas van juffrouw Tonia Dochter Margot (6 maanden)
Ze wonen drie hoog, pal op het Saincteletteplein, de verkeersslokdarm van Brussel: Maarten, Ellen, Nora en Margot. Beide ouders zijn Vlaamse immigranten, maar intussen al tien jaar diepgelovige Brusselaars. Een geweldig mooi appartement is het, waarin ze wonen. Veel licht, veel authenticiteit, het ruikt er naar Parijs. Helaas wordt het er te krap voor vier. En dat zorgt voor zenuwen. Ellen: 'We zijn nog niet zeker waar ons werk ons uiteindelijk zal brengen. Maar als we in Brussel willen blijven, dan wordt een betaalbare woning de grootste uitdaging. Hier wonen we ontzettend graag, pal in het centrum. We zijn naar Brussel gekomen na onze studies in Gent. Om dichter bij ons werk te wonen. En ook wel uit nieuwsgierigheid naar die hoofdstad. Intussen voelen we ons hier thuis. Zeker in het weekend heeft het iets van een dorp.'

Hoe hun sociale kring eruitziet? Ze glimlacht, ietwat schuldbewust. Haalt de schouders op. 'Die kleurt zeer wit, ja. Hoogopgeleid, Vlaams, geëngageerd. Dat type. Ja kijk, hoe maak je vrienden? Tijdens de cursus babymassage. Tijdens dat uurtje gym. En dat trekt uiteraard allemaal een bepaald publiek aan. Ik heb nogal wat allochtone kennissen, daar niet van. Moeders met wie ik aan de praat geraak terwijl onze kinderen spelen in een speeltuintje. Maar veel verder gaat het niet.'

Kinderen grootbrengen in Brussel, het kan perfect. Vinden Ellen en Maarten. Nochtans verliest Brussel net daarom veel jonge inwoners. Te weinig groen voor kinderen. Te veel verkeer. Te veel geweld. Ellen: 'Dat van dat groen, dat klopt alvast echt niet. Er zijn veel en mooie parkjes. Vlakbij het Koninklijk Paleis is er bijvoorbeeld een zeer mooie speeltuin. Of in Tervuren. En is het Zoniënwoud niet een van onze grootste lappen bos? Hier aan de overkant is trouwens een kinderboerderij, midden in de stad. En vlakbij, in de Vlaamse Steenweg, is een fantastisch binnenspeeltuintje. Ik ben heel blij te zien dat ook de allochtone gemeenschap het heeft ontdekt. Het zijn kleine initiatieven die vaak bepalen of gezinnen al dan niet in Brussel blijven. Maar goed, ik wil het ook allemaal niet romantiseren. Er zijn echt te veel auto's, om maar iets te zeggen. Er zouden veilige fietspaden moeten komen. En als mijn dochters veertien en zestien zullen zijn en beginnen uitgaan, ja, dan zal ik misschien toch minder gelukkig zijn dat we in Brussel wonen. Misschien.'

Nora gaat na de paasvakantie naar De Regenboog. De keuze voor die school kwam er - ook - omdat Maarten en Ellen niet wilden kamperen. Ellen: 'Dat konden we ons simpelweg niet veroorloven. Je hebt hier twee zeer begeerde scholen in de buurt. Maar daar moest je - met het oude systeem toch nog - twee weken gaan kamperen om er binnen te geraken. Absurd. De Regenboog leerden we kennen via een brochure van het project Samen naar school, we zijn gaan kijken en we waren gecharmeerd. Ik hoop dat met ons groepje van dit jaar nu een ommekeer in gang is gezet. Nora wordt een van de zes Nederlandstaligen, op de twintig. In een Nederlandstalige school zou nochtans één op de twee een gezondere mix zijn. Twee op de drie, zelfs. Laten we hopen dat het in die richting evolueert.'

 

 

'Ik haal veel meer uit Brussel dan die overvallen mij afnamen'

Tim Heirman (32) groeide op in Hasselt is ingenieur bij de Vlaamse Gemeenschap Line Mestré (31) groeide op in Steendorp werkt in een opvangcentrum voor niet-begeleide buitenlandse minderjarigen Dochter Enid (1,5) gaat volgend jaar naar de klas van juffrouw Tonia.
Ze vonden hun droomhuis in Laken. Met een meer dan aardige stadstuin. En, wat een wonder: betaalbaar. De grootste hindernis is daarmee genomen: de twee ingeweken Vlamingen zijn voorgoed Brusselaar. Tim en Line behoren tot de eerste lichting ouders die hun dochter via het nieuwe elektronische systeem moesten inschrijven. Volgend jaar gaat Enid naar de klas van juffrouw Tonia.

Tim en Line beseffen de meevaller die hun droomhuis is, ook al moesten ze daarvoor hun vertrouwde Schaarbeek inruilen voor Laken. Hij komt uit Hasselt en kwam in Brussel aan de VUB studeren, zij groeide op in Steendorp en ging in Brussel naar Sint-Lucas. Alles samen wonen ze er nu zo'n dertien jaar. De hoofdstad kroop in hart en nieren. Vlaming voelen ze zich naar eigen zeggen al lang niet meer.

Tim: 'Wat het precies is, dat is moeilijk uit te leggen. Er is iets aan Brussel dat je overstijgt. Je kunt het nooit helemaal bevatten. Akelig in het begin. Maar net dat werkt zo verslavend.' Line: 'Het is een vrij complexe stad. Dat maakt haar moeilijk om in binnen te dringen. Maar al helemaal onmogelijk om er nog uit weg te geraken. Die vele lagen, die vinnige dynamiek, die vind je nog moeilijk terug in andere steden.'

Tim: 'En ja, er zijn uiteraard minpunten. Als ik in Antwerpen of Gent kom, dan valt het me op hoe comfortabel het is om altijd Nederlands te kunnen spreken. Ik vind het principieel geen probleem om Frans te moeten praten. Maar het vergt wel een inspanning. En bepaalde contactpersonen, onze dokter bijvoorbeeld, hebben we toch het liefst Nederlandstalig. We gaan naar een Nederlandstalige dokter in het centrum, maar die is echt overbevraagd. Het is meestal heel lang wachten. Een klein ongemak, maar toch. Of dat helse verkeer. Line is een dappere fietser, ik heel wat minder. Enid met haar fietsje door Brussel? Ik mag er nog niet aan denken.' Line: 'Ik ben daar minder bezorgd om. We moeten het haar gewoon goed leren. In een stad als Brussel moeten we onze kinderen leren zelfstandig te zijn. We moeten ze wegwijs maken. Zodat Brussel niet belemmerend werkt. Enid moet het gevoel hebben de stad aan te kunnen, de stad te behappen. Ze moet zelfverzekerd van de stad “gebruik kunnen maken,. Wij moeten haar tonen hoe dat moet. Als we hier zelf al angstig en krampachtig rondlopen, dan komt dat uiteraard nooit goed.'

Kater

Ooit al krampachtig en angstig rondgelopen? Tim: 'Ik ben op die dertien jaar twee keer overvallen. Eén keer met een geweer op mij gericht. In de Matongéwijk. Dat was schrikken, ja. En slikken. Maar goed, dat hoort bij een grootstad zeker? Ik haal nog veel meer uit Brussel dan die twee overvallen mij hebben afgenomen. Ik voel mij sindsdien niet onveilig. Ook die rellen in Kuregem en Molenbeek doen daar weinig aan.' Line: 'Ja, toen we in die periode het nieuws zagen en de kranten lazen, werden we al eens nerveus. Maar alleen maar zolang we binnen bleven. Kom je buiten, dan valt dat allemaal weg. Dan stap je het echte leven in. Het hysterische Brussel van in de media lijkt dan zo ver weg. Er zijn uiteraard problemen, ik wil die niet minimaliseren. Maar die heb je in alle metropolen. Ik vind dat we er paniekerig op reageren. Nogmaals, ik wil die moeilijkheden niet ontkennen. Maar Brussel is zoveel meer dan dat.'

De scholenkwestie, daar houden Tim en Line wél een lichte kater aan over. Line: 'Je voelde gewoon aan alles dat het elektronische inschrijvingssysteem er veel te snel is doorgeduwd. Er waren zoveel elementen in de criteria die onrechtvaardig waren en op niets gebaseerd. Ik hoop dat het volgend jaar al veel steviger op de poten staat.' Tim: 'De Regenboog stond in ons voorkeurslijstje op de derde plaats. Uiteraard ben je dan ontgoocheld omdat je kind niet naar een van je twee favorieten kan gaan. En die ontgoocheling is geen leuke start. Niet voor de ouders, niet voor de school. Ik ben heel blij met het initiatief van Bart Neerscholten. Heel dapper van die Nederlandstalige ouders om hun kinderen als eerste in een concentratieschool in te schrijven. Zonder hen hadden wij nooit De Regenboog in ons lijstje opgenomen. Het zijn zulke initiatieven die het scholenprobleem in Brussel moeten helpen oplossen. Die ook Brusselse buurten, zoals Molenbeek, gezonder maken. En houden. We zijn blij om mee op die kar te kunnen springen.'

 

 

 

 

'In het lelijke schuilt ook het mooie'

Bart Neerscholten is Nederlander is projectmanager voor de Europese Commissie Anne Gaspard is Française is directrice van een Europees netwerk van verenigingen voor gelijke kansen Malec (3) en Nour (drie maanden) zijn hun kinderen

 

Apetrots is Malec op zijn paaskroon. 'Zelfgemaakt?' vraagt Anne, zijn moeder, in het Frans als hij de loft komt binnengestormd. 'En morgen gaan ze op school paaseieren rapen', zegt papa Bart in het Nederlands. 'Dat wil jij niet missen, hé, Malec?'

De jongen lacht verlegen - vreemd bezoek in huis - en gaat met zijn auto's in een hoekje zitten. 'Na schooltijd met kinderen uit de buurt in de achtertuin spelen, of op het voetbalveld een balletje trappen: dat kan Malec hier niet', zegt Bart. 'Hij heeft een heel andere kindertijd dan ik heb gehad, in mijn dorp in Nederland. Maar vervelen zal hij zich niet snel. De voorbije maanden zijn we met hem naar het park geweest, naar het theater en naar de kinderboerderij. En hij zit dolgraag op de tram.'

Voor Bart en Anne is Brussel bijzonder, op z'n minst. Ze kwamen er elkaar in 1997 tegen en ze keerden er later ook weer terug. 'Drie jaar hebben we een langeafstandsrelatie gehad: Anne zat in Londen, ik in Rotterdam. Tot we ons de vraag stelden: waar gaan we samen een toekomst uitbouwen? Tien jaar later hebben we nog altijd geen plek gevonden die ons beter past dan Brussel.'

'Dat hier net “onze, twee talen worden gesproken, is natuurlijk een ongelofelijke troef', zegt Anne. 'Als we naar de cinema gaan, is de film in het Nederlands en het Frans ondertiteld. Bovendien is Brussel de ideale uitvalsbasis om onze familie in Frankrijk en Nederland te bezoeken. Maar ik houd vooral van Brussel omdat het internationaal en multicultureel is en toch een stad op mensenmaat. In vogelvlucht wonen we op tien minuten van de Grote Markt: perfect te doen met de fiets.'

Vijf jaar geleden kocht het koppel een loft aan de haven - toch niet meteen de mooiste buurt van Brussel? 'Nee, andere buurten zijn cleaner, maar de onze is veel interessanter', zegt Anne. 'Dat is zo boeiend aan Brussel, dat het zoveel potentieel heeft. Steden als Parijs en Londen zijn af, in Brussel moet nog van alles gebeuren. Alleen duurt het vreselijk lang voor ideeën en plannen hier werkelijkheid worden. Voor niet-Belgen als wij is dat onbegrijpelijk, zeker in het begin.'

'Toen we deze loft kochten, deden we dat deels met de idee dat hier veel zou veranderen', zegt Bart. 'En er is intussen wel een en ander gerealiseerd, meer fietspaden bijvoorbeeld, maar veel minder dan gedacht: een openluchtzwembad aan de haven of een cinemaboot, projecten waarvan we veel verwachtten, zijn er nog altijd niet. Brussel mist een visie op lange termijn en dat kan best frustrerend zijn. Het verklaart dat typische Brussel-gevoel dat veel inwoners hebben, een haat-liefdeverhouding met de stad. Maar ik vind het tegelijk de charme van Brussel. Want in het lelijke schuilt ook het mooie en net doordat er zoveel ergernissen zijn, komen ook zoveel mensen in actie om daar iets aan te doen.'

Zelf proberen Bart en Anne dat in de Regenboog, het schooltje in Molenbeek waar Malec in het onthaalklasje zit. Anne: 'Een ouderwerking hadden ze er niet, dus proberen we die op poten te zetten. We hebben bijvoorbeeld al twee keer een koffieochtend georganiseerd. Bart was er de enige man tussen negen mama's, dus die keken wel eens vreemd op, maar veel ouders - ook allochtone ouders - zien het potentieel van de school. En vinden net als wij dat we onze ervaringen moeten delen.'

Is het nooit een zorg geweest dat de school in Molenbeek ligt, bij de beruchte Ribeaucourtstraat? 'Geen grote zorg, in elk geval', zegt Bart. 'Voor sommigen is het een no-go-area sinds de rellen van afgelopen september, maar ik neem er elke ochtend de metro en ik heb me er nog nooit onveilig gevoeld. Ook in onze eigen wijk zijn we erg op ons gemak. Die achtervolging onlangs waarbij politieagenten beschoten werden, was hier wel vlakbij, maar zulke toestanden doen zich in elke grootstad voor. Als we gettovorming kunnen vermijden, zie ik de toekomst positief in.'

Hoe je dat doet, getto's vermijden, daar heeft het koppel ook geen pasklaar antwoord op. 'Het is erg makkelijk om in je kringetje van Europese ambtenaren en expats te blijven, dat merken we zelf. Maar we doen echt moeite om ook lokaal actief te zijn. Door af en toe een wijkvergadering bij te wonen. Door in de winkel een praatje te slaan. En nu natuurlijk via de school van Malec, dat is de plaats bij uitstek om mensen te ontmoeten.'

'Of we allochtonen in onze vriendenkring hebben?' Bart kaatst de bal meteen terug. 'Wij zijn zelf allochtonen. En we hebben vrienden van verschillende nationaliteiten, zoals een vrouw uit de buurt die net als Anne onlangs bevallen is. Maar de meeste van mijn buren kom ik op het werk, in het theater of in mijn sportclub niet tegen. Dus ja, het kan altijd beter, wat mij betreft.'

 


 'Onze dochter van drie spreekt Nederlands, Frans en Spaans'

 

 

Olivia Rodriguez (30) groeide op in Brussel, Spaanse roots is juriste bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Gabriel Santana (32), groeide op in Brussel, Spaanse roots is opticien Dochter Olga (3) is het allereerste Nederlandstalige meisje in de klas van juffrouw Tonia

 

Olga heeft haar eigen visie op de klasfoto. Op het krukje moet ze zitten, vindt ze. Mag dat niet, dan kijkt ze pruilend achterom. Tot ze haar zin krijgt.

'Een telg van Spaanse volbloeden, wat wil je?' Mama Olivia zegt het met een brede glimlach. Met trots ook. Zij en haar man zijn allebei het kind van Spaanse immigranten. Meertaligheid vindt ze zelf niet meer dan een evidentie. Spaans spreekt ze met haar familie, Frans met haar man Gabriel en Nederlands met dochter Olga. Ze zijn allebei geworteld in Spanje, Olivia en Gabriel, maar geboren en getogen in Brussel.

Olivia: 'Mijn ouders spreken Spaans en Frans. Geen woord Nederlands. Dat heeft mij niet belet om naar Nederlandstalige scholen te gaan en uiteindelijk ook de universiteit in het Nederlands te volgen. Ik vind het dan ook zwaar naast de kwestie, onzinnig zelfs: te eisen dat minstens één van de ouders van zoveel leerlingen in Nederlandstalige scholen ook echt Nederlands moet spreken. Het klopt: kinderen moeten ook buiten de school Nederlands horen en oefenen. Maar dat hoeft niet per se thuis. Mijn moeder had dat begrepen. Zij stuurde ons naar een Nederlandstalige muziekschool en bibliotheek. Daar kregen mijn broer en ik voldoende extra oefening.'

'Al die eisen aan ouders, maakt ze alleen maar onzekerder. En, dus, argwanender. Ze sluiten zich alleen maar meer af. En zo verzuurt het allemaal. Ik heb de school voorgesteld om Franstalige moeders eens naar een nabije Nederlandstalige bibliotheek te begeleiden. Hen het systeem voor te stellen, hun kinderen te helpen inschrijven. Ik wil dat gerust eens doen. Op een woensdagnamiddag bijvoorbeeld. Waarom niet?'

Koning auto

Olivia heeft een heldere kijk op haar stad. De bewoners. De dynamiek. Zelf groeide ze op in 1000 Brussel. Later verhuisde ze naar Sint-Gillis. Sinds vier jaar woont ze met Gabriel in een eigen appartement in Molenbeek. De liefde voor Brussel wankelt sindsdien. Ietwat toch. 'We waren graag in Sint-Gillis blijven wonen. Maar daar vonden we niets betaalbaars. Voor mij is Sint-Gillis een voorbeeld. Daar is multiculturaliteit geen leeg begrip. Daar werkt het. Spanjaarden, Portugezen, Zuid-Amerikanen, Polen. Ze leven er door elkaar. En met elkaar. Omdat je er vele leuke plekjes hebt om buiten te verbroederen, wellicht. Maar ook, en vooral, omdat je er verschillende sociale klassen door elkaar vindt.'

'Wil je tijdbommen vermijden, dan moet je sociale klassen mixen. Hier in Molenbeek gebeurt dat nog veel te weinig. Omdat de buurt nog veel te onaantrekkelijk is voor mensen met meer middelen, denk ik. Geen enkel parkje of speeltuin is hier in de buurt. Amper buurtwinkeltjes. Veel garages en meubelzaken, meer niet. En hoe vuil is het hier soms toch. De stad zou op dat vlak veel meer moeite moeten doen. Ik ga vaak met vakantie in een klein dorpje nabij Bilbao en daar hebben ze een vernuftig systeem van ondergrondse afvalophaling. Je kunt er je vuilnis gewoon in kokers droppen, en alles wordt ondergronds verzameld en verwerkt. Over zulke systemen moet Brussel veel meer nadenken.'

'Ook aan koning auto moet dringend iets worden gedaan. Ik durf Olga's hand haast nooit los te laten. Dat is toch jammer? En rijden ze niet, dan parkeren ze de straten wel vol. Het is echt overdreven. De voetganger, laat staan de fietser, heeft veel te weinig ademruimte. Hier vlakbij, aan de overkant van het kanaal, is een fijn stukje om te wandelen en te fietsen. Dat sluiten ze af met Brussel Bad. Waarom doen ze dat niet altijd? De auto's kunnen makkelijk een parallelle route nemen. Zo'n verkeersvrij stukje, dat zou zo fijn zijn.'

'Ik heb me in Brussel nog nooit onveilig gevoeld door de bedreiging van bendes, of hangjongeren, of wat dan ook. Wél door dat verkeer. Daar liggen Brusselaars veel meer wakker van dan van rellen in Kuregem of in Molenbeek. Die zijn mediagenieker, dat weet ik. Maar die definiëren Brussel niet. In elke metropool kookt het wel eens over. Al zeker, zoals ik al zei, in buurten waar te veel eenzijdigheid heerst dan goed is. En daar moet op geantwoord worden, natuurlijk. Met goed onderwijs. Met een gezondere klassenmix. Maar dat is niet het verhaal van Brussel.'

Meertalig onderwijs?

Ziet ze die klassenmix in Molenbeek alvast gezonder worden? 'Moeilijk in te schatten. Ze zijn hier nu de site van Tour&Taxis aan het aanpakken en verfraaien. En ik denk wel dat dat een magneet zou kunnen worden voor hogere sociale klassen. Maar dan nog moeten die zich willen openstellen voor de buurt. Vlakbij is een hypermodern appartementencomplex. Topdesign, zwembad, al wat je wilt. Maar dat is dan 'savonds afgesloten met grote ijzeren hekkens. Je ziet daar enkel Lamborghini's binnen en buiten rijden. Mensen zie je nooit. Ja kijk, zoiets is bezwaarlijk een opkikker voor de buurt. Integendeel. Het steekt de ogen uit.'

Voor De Regenboog kozen Olivia en Gabriel omdat ze een buurtschool zochten. 'Om ons hier deftig te integreren. We hebben andere scholen bezocht. Maar enkele onprettige ervaringen deden ons de knoop snel doorhakken. Tijdens een bezoek aan een van die scholen overlegde ik met mijn man in het Frans, en hoorde ik achter mij een moeder tegen een leerkracht sissen: “Hoe kan die nu echt bewijzen dat ze thuis Nederlands spreekt?, Naar een school met zo'n krampachtige, vijandige sfeer wil ik mijn dochter niet brengen.'

'Olga sprak amper Nederlands voor ze naar De Regenboog ging. Ze kon het perfect nochtans. Maar ze sprak het nooit uit zichzelf. Omdat ze doorhad dat Frans de gemeenschappelijke taal was van de meeste van haar contacten. Thuis, bij familie, op de crèche. Op vijf maanden tijd heeft ze zich zelf de reflex eigen gemaakt om Nederlands te spreken. Dat ze op de speelplaats vaak Frans spreekt, dat maakt me niet uit. Waarom is tweetalig onderwijs geen evidentie in Brussel? In Barcelona is dat bijvoorbeeld wel zo. In Bilbao ook. Dat moet toch kunnen. Enkele vakken in het Frans, andere in het Nederlands. Waarom is dat elders de gewoonste zaak ter wereld, en is dat bij ons amper bespreekbaar? Mijn dochter is drie en spreekt intussen vloeiend drie talen. Als ze binnenkort ook perfect Arabisch spreekt, dan is dat alleen maar mooi meegenomen. Waarom is dat toch zo'n emotionele discussie? Ik vind dat zeer moeilijk te begrijpen.'