Waar kinderen hun plek vinden

maandag 07 maart 2016
Terug naar overzicht

Waar kinderen hun plek vinden

Brussel is een van de groenste hoofdsteden van Europa. Maar de groene ruimten zijn ongelijk verdeeld. Wie in het centrum of in de kwetsbare wijken ernaast woont, heeft weinig of geen groen in de buurt. Jef stelde er een vraag over aan minister Fremault.

In 2009 bracht studiebureau BRAT de groene ruimten en speelterreinen van het Brussels gewest in kaart. Leefmilieu Brussel beheert zo’n 2.200 ha groene ruimten, oftewel 75% van de groene ruimten toegankelijk voor het publiek. Verder is er een speelplein of sportveld per 596 kinderen jonger dan 15 jaar.

Even ontstressen

Jef: ‘In de stad wonen veel mensen en die hebben ruimte nodig, om te wonen, maar ook om te ontspannen. Speelpleinen en groene ruimten zijn geen detail. Vandaar dat ik zo hamer op een verkeersvrij gemeenteplein Molenbeek. Dat is voor Molenbekenaars een plaats waar ze een frisse neus halen en elkaar kunnen ontmoeten. Voor kinderen is het een plaats om te rennen, te fietsen of te lanterfanten. Speelplekken en groene ruimtes voorzien, dat is een taak voor de Brusselse gemeenten én het gewest.’

Een speelplein op minder dan 300 meter

Wat betreft speelpleintjes schiet de gemeente Molenbeek schromelijk te kort. De pleintjes zijn in slechte staat. En het Brussels gewest? Dat heeft projecten in de pijplijn om meer groene ruimten en speelplekken in te richten. Er komen in deze legislatuur nog zeker drie grote recreatiecentra bij (Materialenkaai, Park van Laken en aan de Hippodroom van Bosvoorde).

Jef: ‘De gewestelijke projecten klinken mooi, maar onze stad is in volle ontwikkeling. De bevolking groeit voortdurend aan. Elk ketje zou een speelplein of een groen plekje moeten vinden op minder dan 300 meter van zijn deur. Dat is mijn uitgangspunt. En dus moeten er speelplekken en groene ruimten bij komen. Dit blijf ik opvolgen.’

Het antwoord op de schriftelijke vraag aan minister Fremault van Jef lees je hier.

Lees ook deze post en deze.